Wat zijn de alternatieven voor aardgas?

Er zijn verschillende duurzame alternatieven om uw huis mee te verwarmen en om op te koken. Voor de Warmtevisie wordt onderzocht welke toekomstige energievoorziening(en) kansrijk zijn per buurt of wijk.

Elektrische oplossingen (all electric)

U kunt uw huis ook met elektriciteit verwarmen. Dit wordt een ‘all-electric’ oplossing genoemd. U gebruikt dan meestal een warmtepomp. Die verwarmt het huis als een soort ‘omgekeerde koelkast’.

Een warmtepomp haalt warmte uit een omgevingsbron, zoals de buitenlucht, ventilatielucht of bodem en geeft deze warmte af aan de binnenzijde. De afgegeven warmte heeft een relatief lage temperatuur dus moeten woningen heel goed geïsoleerd zijn en vaak ook beschikken over een vloerverwarmingssysteem, mechanische ventilatie of speciale radiatoren. De warmtepomp zorgt ook voor warm water.

Hybride warmtepomp

Een hybride warmtepomp is een warmtepomp die samenwerkt met een hr-ketel op aardgas. De warmtepomp zorgt voor een deel van de verwarming. De cv-ketel springt bij als het bijvoorbeeld erg koud is of als er veel warm water wordt gebruikt. Dit is dus geen volledig aardgasvrije oplossing, maar kan wel een tussenoplossing zijn om op korte termijn al veel aardgas te besparen. 

De hybride warmtepomp werkt het best bij een woning die minimaal basisisolatie heeft. De warmtepomp kan dan het grootste deel van de warmte opwekken zonder dat elke keer de hr-ketel moet bijspringen. Als een overstap naar volledig all-electric ook op termijn niet mogelijk is, kan de hybride warmtepomp worden gecombineerd met hernieuwbaar gas voor een aardgasvrije warmtevoorziening.

Warmtenetten

In Nederland zijn zo’n 300.000 woningen aangesloten op stadsverwarming oftewel een warmtenet. Dat is zo’n 5 procent van de hele woningvoorraad. Een warmtenet is een netwerk van leidingen onder de grond, waar warm water door stroomt. Dit water wordt gebruikt voor de verwarming van gebouwen en de levering van warm tapwater. 

Een warmtenet is alleen financieel rendabel als meerdere woningen of complexen tegelijk meedoen. Er moet namelijk een flinke investering worden gedaan om de buizen in de grond te leggen. Ook is er een bron nodig waar warmte vandaan komt. Daarom zal vaak een hele wijk of een heel blok woningen omschakelen naar een warmtenet.

Verschillende warmtebronnen

Er zijn verschillende soorten warmtebronnen die gebruikt worden voor warmtenetten. Zo wordt warmte gebruikt die vrijkomt in de industrie, zoals in elektriciteitscentrales of afvalverwerkingsbedrijven. Deze warmte heeft een hoge of middelhoge temperatuur (vaak tussen de 70 en 90 °C). 

Een alternatief is dat er gebruik gemaakt wordt van energie uit oppervlaktewater, of de rioolwater zuivering. Dat heeft een lagere temperatuur, waarbij gebouwen goed geïsoleerd moeten zijn en op korte afstand van de bron moeten staan. 

Ook wordt er steeds meer gebruik gemaakt van geothermie, ook wel aardwarmte genoemd. Daarvoor worden diepe putten geboord waar water met een hoge of middelhoge temperatuur uit wordt gepompt.

Wijkwarmtepompen

Een andere mogelijke bron voor warmtenetten zijn wijkwarmtepompen op elektriciteit. Die kunnen gecombineerd worden met warmtebronnen met een lage temperatuur zoals afvalwater of oppervlaktewater en een Warmte Koude Opslag (WKO). 

WKO’s zijn grote reservoirs onder de grond die worden gebruikt om warmte op te slaan in de zomer, en warmte af te geven in de winter. De warmte uit afval- of oppervlaktewater kan daarvoor een geschikte bron zijn. Omdat dit water een lagere temperatuur heeft (ongeveer 15 tot 25 °C) moet het water wel eerst verwarmd worden voordat het toegepast kan worden om een woning te verwarmen. Dat kan met de wijkwarmtepomp. 

Hoeveel er moet worden bij verwarmd hangt af van de woning. Een heel goed geïsoleerde woning kan verwarmd worden met een lage temperatuur warmtenet, voor een woning met alleen basisisolatie is minstens 70 °C nodig.

Hernieuwbaar gas

Op plekken waar warmtenetten en elektrische oplossingen niet mogelijk zijn kan hernieuwbaar gas een rol gaan spelen. Dat geldt bijvoorbeeld voor monumenten, omdat aanpassingen daaraan lastig gedaan kunnen worden. Hernieuwbare gassen zijn een duurzame vervanging voor aardgas.

Verwarmen en koken kan dan in de meeste gevallen met de CV-ketel en met een gasfornuis. Voor het distribueren van hernieuwbare gassen met een andere kwaliteit dan aardgas is soms een alternatieve gasinfrastructuur nodig. 

Voorbeelden van hernieuwbaar gas zijn biogas gemaakt van mest of afvalproducten en waterstof geproduceerd met groene elektriciteit. De beschikbaarheid van die gassen is op dit moment beperkt. Daarom is het ook voor woningen die overgaan op dit gas nodig om te isoleren waar mogelijk. Zo wordt de beperkte hoeveelheid beschikbaar hernieuwbaar gas efficiënt gebruikt. 

Elektrisch koken

Als u niet meer bent aangesloten op het gasnet, zult u over moeten stappen op een elektrische manier van koken. Koken op inductie is dan de meest veilige en energiezuinige optie, aangezien de energie hierbij direct overgedragen wordt van de kookplaat naar de pan. 

Over een paar jaar is er voldoende biogas (groen gas) en waterstof, kan ik daar niet op wachten?

Groen gas is vooral nodig als grondstof in de industrie en voor vliegtuigen. De verwachting is dat weinig groen gas overblijft om woningen mee te verwarmen. 

Waterstofgas komt er wel aan, maar voordat we dat op grote schaal duurzaam kunnen produceren, zijn we 20 jaar verder. Daarbij kost de productie van waterstof heel veel elektriciteit, die we dan ook extra moeten opwekken. En ook waterstof is ook hard nodig voor de verduurzaming van de industrie en het transport. 

De uitdaging om alle woningen voor 2050 van het aardgas te krijgen is zo groot, dat we nu niet nog 20 jaar kunnen wachten met beginnen, hopend op nieuwe technieken. Zeker in wijken waar een goed alternatief is.