Geschiedenis van het oude Stadhuis

Het oude Stadhuis is een Rijksmonument, dat is gebouwd in de jaren 1662 tot 1666. Op dezelfde plek stond eerder een kleiner stadhuis. Het stadhuis werd uitgevoerd in de stijl van het classicisme. De nadruk lag niet zozeer op decoratie, maar vooral op harmonische verhoudingen en symmetrie in het volume, de voorgevel en de plattegrond. 
In het stadhuis zetelde het stadsbestuur en spraken de schout en schepenen recht. Daarom waren er in het onderhuis cellen, waarin de arrestanten hun vonnis afwachtten. In het gebouw bewaarde men belangrijke zaken als de schatkist, stadsstempels en charters. 

Het stadhuis is door de eeuwen heen verschillende keren verbouwd. In 1857 maakte de bordestrap plaats voor twee gietijzeren trappen (zie foto). In 1937 werd de gietijzeren trap echter vervangen door een trap van natuursteen met een ijzeren balustrade. 
In het onderhuis woonde de conciërge, totdat in de politie in 1951 deze ruimtes gebruikte. Enkele cellen werden gebruikt als archief, opslag of als centrale-verwarmingsruimte. Bij een volgende verbouwing werden in het onderhuis de kluis en de archiefbewaarplaats gemaakt. Ook kantoorruimtes kwamen erbij. Dat gebeurde ook op de etage. Op de zolder kwam een museum. 

Door de bouw van een nieuw stadskantoor aan de Karel de Grotestraat, verloor het stadhuis in 1981 nagenoeg haar functie. Voor huwelijken werd het nog wel gebruikt en dat is nog steeds zo. Sinds het vertrek van het gemeentebestuur gebruikt de VVV het onderhuis. 

In 1996-’97 volgden groot onderhoud en een sobere restauratie. De Nederlandse Kastelen Stichting vestigde zich op de bel-etage en de tweede verdieping. De ruimte van de VVV werd vernieuwd. Sinds 2014 zijn de bel-etage en de verdieping niet meer in gebruik, met uitzondering van de trouwzaal.

Bron: Jojanneke Clarijs: Het stadhuis van Wijk bij Duurstede - cultuurhistorisch onderzoek