Verbouwen, isoleren én beschermen van dieren
Wist u dat in uw spouwmuur en dak ook mussen, gierzwaluwen en vleermuizen kunnen wonen? Dit zijn beschermde dieren. Hieronder leest u hoe het Soortenmanagementplan van de gemeente kan helpen om de procedure voor verbouwen en isoleren eenvoudiger te maken én dieren beter te beschermen.
Wettelijke regels
Isolatie- en (ver)bouwwerkzaamheden aan woningen en andere gebouwen kunnen gevolgen hebben voor beschermde dier‑ en plantensoorten, zoals vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen. Dit speelt vooral bij werkzaamheden aan daken, gevels, dakranden en bij het isoleren van spouwmuren. Deze soorten zijn beschermd onder de Omgevingswet. Dat betekent dat normaal gesproken eerst onderzocht moet worden of deze dieren in het gebouw aanwezig zijn. Als dat zo is, moet u meestal een vergunning aanvragen bij de Provincie. Dit kost vaak extra tijd en geld.
De gemeente Wijk bij Duurstede heeft hiervoor een praktische oplossing: het Soortenmanagementplan (SMP). Met dit plan kunnen werkzaamheden in veel gevallen doorgaan zonder aanvullend soortonderzoek per pand. Dat bespaart tijd en kosten.
Soortenmanagementplan (SMP) van de gemeente
De gemeente Wijk bij Duurstede beschikt over een Soortenmanagementplan (SMP) (pdf, 10 MB) voor de drie kernen van Cothen, Langbroek en Wijk bij Duurstede. In dit plan is vooraf onderzocht waar beschermde dieren kunnen voorkomen. Op basis van het SMP beschikt de gemeente over een gebiedsgerichte ontheffing op de Wet Natuurbescherming (Nu: Omgevingswet) voor enkele gebouwbewonende beschermde soorten waaronder de gierzwaluw, huismus en enkele vleermuissoorten.
U kunt toestemming vragen aan de gemeente om gebruik te maken van de ontheffing van het SMP. In de meeste gevallen hoeft u dan geen apart ecologisch onderzoek te laten uitvoeren. Dat scheelt tijd, kosten en vertraging. Wel gelden er voorwaarden om de dieren te beschermen. Houdt u zich niet aan die voorwaarden? Dan wordt de toestemming ingetrokken.
De reikwijdte van het SMP is beperkt tot de drie kernen van de gemeente. Via deze webviewer(Verwijst naar een externe website) kunt u bekijken of uw locatie binnen het SMP‑gebied valt en welke soorten daar mogelijk voorkomen.
Aanvraag indienen
Wilt u weten of uw werkzaamheden onder het SMP vallen? Neem dan tijdig contact op met de gemeente via ons contactformulier(Verwijst naar een externe website) onder vermelding van Soortenmanagementplan.
Geef hierbij door:
- het adres;
- welke werkzaamheden u wilt uitvoeren;
- de periode waarin u dit wilt doen.
De gemeente bekijkt of uw werkzaamheden passen binnen het SMP en de verleende gebiedsontheffing. Als dat zo is, ontvangt u toestemming en een ecologisch werkprotocol. Hierin staat hoe u, of uw aannemer, de werkzaamheden natuurvriendelijk uitvoert.
Een aannemer kan deze aanvraag namens u doen, of u kunt deze zelf indienen.
Bij grote projecten of bij bijzondere soorten aanwezig, kan maatwerk nodig zijn. De gemeente beoordeelt dit per situatie.
Veelgestelde vragen over het Soortenmanagementplan
Bij kleine en grote werkzaamheden in de spouwmuur, aan de gevel, kozijnen, het dak of de dakrand kunt u dieren verstoren. De volgende werkzaamheden vallen onder het Soortenmanagementplan:
Verbouwen en slopen
- (Gedeeltelijke) sloop of herontwikkeling
- Vervangen of herstellen van dakpannen, goten, boeiboorden en gevelbetimmering
- Vervangen of herstellen van kozijnen
- Verwijderen van schoorstenen
- Plaatsen van dakkapellen, dakramen of opbouwen
- Realiseren van aan- of uitbouwen
Isoleren en verduurzamen
- Spouwmuurisolatie
- Binnen- en buitendakisolatie
- Isoleren van borstweringen of gevels
Voor vloerisolatie en glasisolatie is het SMP niet nodig, omdat u hierbij geen mussen, gierzwaluwen of vleermuizen verstoort.
Nee, niet altijd. De gemeente Wijk bij Duurstede heeft de afgelopen jaren onderzoek gedaan naar verblijfplaatsen van de huismus, gierzwaluw en enkele vleermuissoorten in de kernen van Langbroek, Cothen en Wijk bij Duurstede. Hierdoor is er een goed beeld ontstaan waar deze soorten zich bevinden. Via deze kaart(Verwijst naar een externe website) ziet u de resultaten van het onderzoek voor het SMP. De kaart is gebaseerd op onderzoek uit de afgelopen jaren. Dat onderzoek laat zien waar dieren toen zijn waargenomen. Het is een momentopname.
Ook als er geen soorten op uw adres zijn gevonden, kunnen ze later alsnog aanwezig zijn. Daarom toont de kaart ook de kans dat uw woning wordt gebruikt als nest of verblijfplaats. Die kans is gebaseerd op de geschiktheid van de woning. Een hoge potentie betekent een grote kans.
Twijfelt u? Neem dan contact op met de gemeente: 0343-595 595(Verwijst naar een telefoonnummer).
U kunt een aanvraag indienen bij de gemeente via het contactformulier(Verwijst naar een externe website) onder vermelding van het Soortenmanagementplan.
Geef hierbij door:
- het adres;
- welke werkzaamheden u wilt uitvoeren;
- de periode waarin u dit wilt doen.
Een aannemer mag deze aanvraag ook voor u doen
De gemeente bekijkt of uw werkzaamheden passen binnen het SMP en de verleende gebiedsontheffing. Als dat zo is, ontvangt u toestemming en een ecologisch werkprotocol. Hierin staat hoe u, of uw aannemer, de werkzaamheden natuurvriendelijk uitvoert. Voor grote projecten, of bij bijzondere soorten is vaak maatwerk nodig en soms zelfs goedkeuring van de Provincie. De gemeente toetst aanvragen hierop. De gemeente kijkt naar uw project(situatie) en bepaalt of u een ecologisch werkprotocol van de gemeente kunt ontvangen, of dat u zelf een ecologisch werkprotocol moet laten opstellen door een ecologisch deskundige.
Om de ontheffing op de Wet Natuurbescherming (Nu: Omgevingswet) te mogen gebruiken gelden er voorwaarden. De belangrijkste regels zijn:
- Voer de werkzaamheden buiten kwetsbare periodes van het jaar uit.
- Zorg voor alternatieve huisvesting voor de dieren of neem andere maatregelen om een 'plus' voor de natuur te creëren.
In het ecologisch werkprotocol staan de spelregels waaraan de aannemer of het isolatiebedrijf zich moet houden om dieren te beschermen tijdens de werkzaamheden. Hierin staat beschreven:
- wat de kwetsbare periodes van de soorten zijn;
- welke maatregelen nodig zijn om te voorkomen dat dieren gedood of verwond worden tijdens werkzaamheden;
- hoe u vervangende nest- en verblijfplaatsen voor soorten kunt realiseren.
U bent verplicht de werkzaamheden volgens dit protocol uit te voeren. Als dit niet gebeurt, kan de gemeente de toestemming om het SMP te gebruiken intrekken.
Buiten de bebouwde kom kunt u geen gebruik maken van het SMP. U moet volgens de Omgevingswet een natuurtoets laten uitvoeren. Dit onderzoek bepaalt of er beschermde diersoorten aanwezig zijn. Zijn die er? Dan vraagt u een vergunning voor een flora- en fauna-activiteit aan bij de Provincie Utrecht. Meer informatie vindt u op de website van de Provincie Utrecht.(Verwijst naar een externe website)
Kunt, of wilt u geen gebruikmaken van de gemeentelijke ontheffing op basis van het SMP? Dan moet u zelf een ecologische quickscan flora & fauna laten doen en mogelijk aanvullend onderzoek. Dit onderzoek bepaalt of er beschermde diersoorten aanwezig zijn. Zijn die er? Dan vraagt u een vergunning voor een flora- en fauna-activiteit aan bij de Provincie Utrecht. Meer informatie vindt u op de website van de Provincie Utrecht(Verwijst naar een externe website).
Ja. Ook als u geen omgevingsvergunning nodig heeft, moet u rekening houden met beschermde dieren. Via de vergunningcheck(Verwijst naar een externe website) kunt u zien of u wel of geen omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit nodig heeft.
In beide gevallen bent u verplicht om te beoordelen of uw werkzaamheden gevolgen hebben voor beschermde dieren. Het SMP kan dan alsnog helpen om tijd en kosten te besparen.
Gaat u isoleren? Kies dan voor een gecertificeerd isolatiebedrijf gespecialiseerd in natuurlijkvriendelijk isoleren. Gecertificeerde bedrijven vindt u op de website van Natuurvriendelijk isoleren(Verwijst naar een externe website).
Bij natuurvriendelijk isoleren krijgen vogels en vleermuizen de kans om uit uw woning te gaan, voordat de isolatiewerkzaamheden starten. Gaten waar deze dieren door naar binnen komen worden gedicht, terwijl ze wel nog naar buiten kunnen vliegen. Dit wordt ook wel ‘natuurvrij’ maken genoemd. Het isolatiebedrijf houdt bij het natuurvrij maken rekening met het broedseizoen van vogels en met de winterrust van vleermuizen. Daarna komt het isolatiebedrijf nog een keer langs om uw woning te isoleren.
Het isolatiebedrijf zorgt voor vervangende nestplaatsen met kleine ruimten in de spouw en kasten. Het is namelijk verplicht om vervangende huisvesting voor soorten aan te brengen. Zie voor tips over natuurvriendelijk verbouwen en het creëren van alternatieve verblijfsplaatsen het document met de werkprotocollen (pdf, 5 MB).
Als u gebruikmaakt van het Soortenmanagementplan kan u dat tijd en kosten besparen. De gemeente vindt het namelijk belangrijk dat inwoners en ondernemers hun panden kunnen verduurzamen. Maar de natuur moet er ook op vooruitgaan. Daarom is een voorwaarde van het SMP dat u verplicht bent om een zogenaamde plus voor de natuur te creëren. Dit betekent dat u een nieuwe verblijfplaats biedt aan beschermde dieren, zoals de huismus, gierzwaluw en vleermuizen of zorgt hun leefgebied verbetert.
Door een plus voor de natuur te maken, creëert u een nieuwe verblijfplaats of leefgebied voor beschermde dieren, zoals de huismus, gierzwaluw en vleermuizen. Dat kan vaak heel eenvoudig. U kunt bijvoorbeeld:
- Een opening van 2,5 centimeter vrijlaten tussen de gevel en gevelbetimmering voor vleermuizen.
- Bij isolatie ruimte overhouden in de spouwmuur.
- Zijn de werkzaamheden al uitgevoerd? Dan kunt u een nestkast of vleermuizenkast ophangen. Zie het ecologisch werkprotocol (pdf, 5 MB) voor geschikte kasten en de beste locaties daarvoor.
- Of verbeter het leefgebied van soorten door het planten van een heg voor mussen, de aanleg van een vijver of een groen dak.
Meer voorbeelden vindt u in het document met de ecologisch werkprotocollen (pdf, 5 MB).